PPID (ziekte van Cushing) bij paarden

Wat is PPID bij paarden?

PPID staat voor Pituitary Pars Intermedia Dysfunction. Dit is een aandoening bij paarden waardoor de aanmaak van hormonen ontregeld wordt. De aanmaak van hormonen is geregeld in de hypofyse, een kleine klier die onder de hersenen hangt. Deze klier bestaat uit meerdere delen en bij PPID is een van die delen ontregeld, de zogenaamde pars intermedia. PPID is heel vergelijkbaar met de ziekte van Cushing en staat daarom ook wel als zodanig bekend. Toch is de ziekte bij paarden net even anders dan de Cushing zoals die voorkomt bij mensen en honden, daarom wordt er meestal gesproken over PPID. Ruim 15% van de paarden en pony’s ouder dan 15 jaar heeft PPID, uit onderzoek blijkt dat maar ongeveer 1,6% van de eigenaren zich ervan bewust is dat zijn/haar paard PPID heeft.

Hoe ontstaat PPID bij paarden?

Zoals gezegd hangt er onder de hersenen een klier, de hypofyse. Boven de hypofyse, net in de hersenen, ligt de hypothalamus. Deze twee delen zijn samen verantwoordelijk voor de regulatie van de aanmaak en afgifte van hormonen. De hypofyse bestaat uit drie delen, waarvan de pars intermedia er één is. Normaal gesproken wordt de hypothalamus aangestuurd door zenuwen, deze zorgen ervoor dat de hypothalamus dopamine aanmaakt. Deze dopamine gaat vervolgens naar de hypofyse, waar het de aanmaak van ACTH remt. Bij oudere paarden werken de zenuwen die de hypothalamus aansturen minder goed, waardoor er minder dopamine naar de hypofyse gaat en de aanmaak van ACTH minder wordt geremd. Omdat de hypofyse minder wordt geremd, gaat deze harder groeien. Er ontstaat een adenoom (goedaardige tumor). Hierna blijft de hypofyse constant ACTH produceren.

Vanuit de hypofyse komt de ACTH in het bloed. Het wordt naar de bijnieren gebracht. Hier zorgt ACTH voor een verhoging van de productie van cortisol (ook weer een hormoon). Als er dus constant ACTH aanwezig is, zal er constant cortisol geproduceerd worden. Normaal gesproken zorgt een hoge concentratie van cortisol weer voor terugkoppeling in de hypothalamus, waardoor het hele mechanisme weer wordt geremd. Bij PPID is de hypofyse zo groot dat die niet meer naar de hypothalamus luistert.

Wat zijn de verschijnselen van PPID bij paarden?

De verschijnselen worden deels veroorzaakt door de verstoring van de regulatie van hormonen en deels door de druk die de vergrootte hypofyse uitoefent op de hersenen. De verschijnselen die vooral op kunnen vallen zijn; overmatige haargroei en hoefbevangenheid. Paarden met PPID ontwikkelen en lange en krullerige vacht met soms een afwijkende kleur. Ongeveer 25% van de paarden met PPID ontwikkelen hoefbevangenheid.

Typisch kun je een paard met PPID herkennen aan de afwijkende vacht, in combinatie met een zeer goede eetlust en een bolle buik. Ook afname van de spiermassa is vrij kenmerkend.

Andere dingen die op kunnen vallen zijn; vetbulten in de holte boven het oog, verminderde weerstand (en daardoor vaak ontstekingen en infecties), moeilijk genezende wonden, overmatig zweten, merries worden minder makkelijk drachtig en veel drinken en plassen (doordat PPID ook voor insulineresistentie zorgt). Heel zelden treedt er blindheid op en aanvallen die lijken op flauwvallen.

In het beginstadium kunnen minder specifieke dingen opvallen zoals een afgenomen werklust, prestatieverlies en subtiele veranderingen in het karakter (bijvoorbeeld rustiger en slaperiger).

Hoe wordt de diagnose PPID gesteld?

Een dierenarts zal een diagnose stellen door een combinatie van de verschijnselen en een bloedonderzoek. De regulatie van de hormonen is heel erg seizoensgebonden en sommige hormonen worden op verschillende tijdstippen op de dag afgegeven. Dit kan per paard verschillen. Daarom is het in sommige gevallen noodzakelijk om op een kliniek de testen uit te voeren. Er zal dan bloed afgenomen moeten worden op bepaalde tijdstippen. Tevens moeten er soms speciale materialen aanwezig zijn om het bloed te kunnen verwerken.

Een test is niet altijd bewijzend, bijvoorbeeld als de ziekte nog niet lang genoeg aanwezig is. Het kan dan zijn dat de uitslag niet doorslaggevend is. De test moet dan na 3-6 maanden herhaald worden. Soms kan de dierenarts aanvullende testen laten doen. Je dierenarts zal ook altijd controleren op suikerziekte en insulineresistentie (twee belangrijke complicaties van PPID).

Wat is de behandeling van PPID bij paarden?

Helaas is PPID nog niet te genezen: de behandeling die gegeven wordt, onderdrukt alleen de symptomen. In de behandeling wordt er gebruik gemaakt van sterke medicijnen om de hypofyse te remmen. Deze medicijnen moeten levenslang gegeven worden en zullen helaas de oorzaak van de ziekte niet wegnemen. Je kan na ongeveer 4-6 weken na de start van de behandeling verbetering verwachten. Het is altijd verstandig om regelmatig bloed af te laten nemen om erachter te komen of je paard al de goede dosering krijgt. Soms zie jij al veel veranderingen aan je paard, maar is hij/zij nog niet helemaal binnen de referentiewaardes. Soms moet je dan meer geven van het medicijn. Ook kan het zijn dat er teveel van het medicijn gegeven wordt. Zeker in het begin is het erg zoeken naar de optimale dosering en zal je dierenarts regelmatig bloed af moeten nemen. In veel gevallen nemen de symptomen na verloop van tijd weer toe, de oorzaak is immers niet weggenomen. Het is belangrijk om ongeveer 1 à 2 keer per jaar te controleren of je paard nog op de goede dosering zit door je dierenarts bloed af te laten nemen.