Diarree bij veulens

Diarree is iets wat regelmatig voorkomt bij veulens. Naar schatting heeft ongeveer 80% van de veulens, voordat ze 6 maanden oud zijn, een of meerdere keren een periode van diarree gehad. De natuurlijke ontwikkeling van de darmen van een veulen kan zorgen voor diarree, maar ook voerveranderingen en/of de opname van zand kunnen diarree op gang brengen. Daarnaast zijn er nog vele ziekteverwekkers zoals bacteriën, virussen en parasieten. Zeker bij jonge dieren kan diarree ernstige gevolgen hebben, zoals uitdroging. Alle ontlasting die afwijkend is van het normale, valt onder de categorie diarree. Meestal wordt met diarree te dunne ontlasting bedoeld en dit artikel gaat daarom ook in op die variant.

Hoe kan een veulen diarree krijgen?

Diarree is een symptoom van een ziekte. De darmen nemen te weinig vocht op of de darmwand scheidt teveel vocht uit. Hierdoor wordt de ontlasting te waterig en ontstaat er diarree. Dit kan ontstaan door beschadigingen en/of ontstekingen van de darmwand óf door de veranderingen van de darm die ieder veulen doormaakt. Ook parasieten en bacteriën kunnen zorgen voor ontstekingen in de darm waardoor er diarree ontstaat. Afhankelijk van de oorzaak kan de diarree juist heel dun en veel worden of heel weinig. Ook kan de ontlasting een andere kleur krijgen en/of heel erg gaan stinken.

Bij diarree verliest een veulen (en ieder ander dier) erg veel vocht, wat leidt tot uitdroging. Ook verschillende elektrolyten, zoals natrium, kalium en chloor worden verloren. Hierdoor wordt een veulen slap en sloom. Het zal dan minder willen eten en drinken, waardoor de situatie alleen maar verslechterd. Zeker bij jonge veulens is de kans op uitdroging en bloedvergiftiging veel groter dan bij andere dieren. Dit komt doordat veulens voor hun eerste afweer heel erg afhankelijk zijn van hun moeder en de biest. Deze biest bevat enorm veel afweerstoffen die een veulen heel hard nodig heeft.

Wat zijn de verschijnselen van diarree bij veulens?

Diarree is meestal vrij snel te herkennen. Het veulen heeft een vieze achterhand, koorts en kan uitgedroogd zijn. Ook slapte wordt vaak gezien. Minder herkenbare verschijnselen ontstaan als de bacteriën door de darmwand heengaan en zo zorgen voor een bloedvergiftiging. Er kan ook koliek optreden en zelfs oedeem (vochtophopingen onder de huid, meestal bij de buik. Wordt ook wel ‘zucht’ genoemd). De ernst van de diarree is afhankelijk van de oorzaak. Diarree kan papperig zijn of juist waterdun. Ook de kleur kan afwijkend zijn (geel, bruin, grijs of zelfs rood).

In ernstigere gevallen van diarree heeft het veulen een kale achterhand. Door de diarree wordt de achterhand vies en nat. Deze viezigheid en natheid zorgt voor het aankoeken van vuil. Dit vuil zorgt voor irritatie van de huid, deze irritatie zorgt er voor dat de haren uitvallen. Soms ontstaan er zelfs wonden. Bij uitdroging wordt de kleur van slijmvliezen te rood en worden ze plakkerig, dit is iets wat niet altijd direct opvalt. Koude oren, neus en benen zijn verschijnselen van uitdroging die sterker opvallen.

Als laatste wordt er nog wel eens gesproken over ‘slijters’, dit zijn veulens die door de langdurige diarree vermageren, lange beharing krijgen en onvoldoende groeien.

Soorten diarree bij veulens

Er wordt onderscheid gemaakt tussen diarree door ziekteverwekkers (bijvoorbeeld bacteriën en virussen), wat infectieuze diarree genoemd wordt. En diarree met een andere oorzaak dan ziekteverwekkers, de niet-infectieuze diarree.

De infectieuze diarree is veel gevaarlijker voor het veulen zelf, maar is daarbij ook gevaarlijk voor andere dieren. De ziekteverwekkers worden via de diarree namelijk gemakkelijk verspreid in de omgeving. Dit is bij niet-infectieuze diarree niet het geval. Als oorzaken van niet-infectieuze diarree moet gedacht worden aan bijvoorbeeld zand en voerveranderingen. Bij infectieuze oorzaken moet men denken aan; virussen, bacteriën en parasieten zoals wormen.

Niet-infectieuze diarree

In de eerste maanden na de geboorte maken de darmen van veulens (en de meeste andere dieren), veel veranderingen door. In de baarmoeder hoeven de darmen nog weinig te werken, er passeert alleen maar vruchtwater. Na de geboorte moeten de darmen zich ineens ontwikkelen tot een orgaan wat vele verschillende voedingsstoffen op kan nemen. De darmen moeten in staat zijn om melk, gras en hooi te verteren en te verwerken. Tijdens de eerste maanden moeten vele verschillende systemen in de darm na elkaar functioneel worden. Hierdoor is een veulen in staat om geleidelijk over te gaan van de vertering van melk naar gras, hooi en brokken.

Niet alleen de darmwand moet veranderen, ook de darmflora. In de darmen zijn bacteriën aanwezig, de darmflora. Deze bacteriën helpen het veulen met de vertering van voedingsstoffen. Zonder deze bacteriën zouden veulens veel minder verschillende voedingsstoffen op kunnen nemen. Ook de darmflora wordt pas na de geboorte opgebouwd. Hiervoor neemt het veulen vele bacteriën op uit zijn/haar omgeving, ook het eten van de mest van de moeder dient om de darmflora op te bouwen.

Naast de veranderingen van darmwand en darmflora, moet ook de omvang van de darm toenemen. De darmen moet langzamerhand gevuld worden. Een paard heeft namelijk altijd eten in de darmen zitten. De darmen van een veulen zullen langzaam gevuld worden met veel verschillende soorten voedingsstoffen om volledig te kunnen ontwikkelen.

Naast deze veranderingen in de darm, zijn er nog meer niet-infectieuze oorzaken van diarree. Vroeger werd altijd gedacht dat de hengstigheid van de merrie zorgde voor diarree bij het veulen. Dit is niet waar. De grootste veranderingen in de darm vinden plaats als het veulen 1 à 2 weken oud is. Dit valt precies samen met de hengstigheid van de merrie. Ook is het zo dat onderzoek aangetoond heeft dat veulens die met kunstmelk grootgebracht worden, ook juist tijdens deze periode diarree vertonen. Het is dus altijd belangrijk om je veulen, rond deze periode, goed in de gaten te houden.

Ook grote hoeveelheden voer kunnen leiden tot diarree. Als de darmen van het veulen nog niet optimaal ontwikkeld zijn, kan het grote hoeveelheden voer of energierijke voedingsstoffen niet aan. De darmflora is dan onvoldoende goed ontwikkeld om deze voedingsstoffen af te breken en dus zal het veulen diarree krijgen.

Jonge veulens zijn constant bezig met het verkennen van hun omgeving. Dit zorgt er deels voor dat ze hun darmflora op kunnen bouwen, maar kan ook nadelige gevolgen hebben. Zeker veulens die al van jongs af aan op paddocks gehouden worden, kunnen zand gaan eten. Zand verstoord de beweeglijkheid van de darm en kan zo diarree veroorzaken.

Infectieuze oorzaken

Zoals hierboven beschreven zullen de darmen van een veulen direct na de geboorte vele veranderingen doormaken. Het opbouwen van een goede darmflora en het vullen van de darmen zijn twee zaken die gepaard gaan met de opname van diverse hoeveelheden bacteriën. Niet al deze bacteriën zijn goed voor de darmen van je veulen. Er kunnen ook slechte bacteriën mee naar binnen komen. Ook kan het eten van zand zorgen voor darmbeschadigingen waardoor bacteriën gemakkelijker in de bloedstroom terecht kunnen komen. De infectieuze oorzaken van diarree worden grofweg verdeeld in 3 groepen; virussen, bacteriën en parasieten.

Virussen komen vooral voor op bedrijven waar veel jonge veulens gehouden worden. Bedrijfsmatige fokkers en dekstations hebben de meeste problemen met diarree ten gevolge van virussen. Virussen tasten de oppervlakkige delen van de darmwand aan, hierdoor zal een veulen met een virale diarree vooral sloom zijn, koorts hebben en uitdrogen. Virale diarree is zelflimiterend. Dit betekend dat een veulen heel vaak, ook zonder behandeling, hersteld.

Bacteriën veroorzaken meestal schade aan de diepere delen van de darmwand. Daardoor heeft bacteriële diarree een veel ernstiger verloop. Een veulen zal ernstig ziek worden en vaak is intensieve behandeling noodzakelijk. Veel voorkomende bacteriën zijn; E. coli, Salmonella, Clostridium, Lawsonia en Rhodococcen.

Parasieten kunnen ook diarree veroorzaken. In veel gevallen is er sprake van een worm. De veulenworm is hierbij de bekendste. Deze worm wordt opgenomen via de huid of via de moedermelk. Daarom is het zo belangrijk om een drachtige merrie goed te ontwormen, vraag voor advies je dierenarts. De veulenworm geeft alleen diarree als het veulen heel veel larven binnenkrijgt. Andere wormen die voor kunnen komen zijn de bloedworm en de spoelworm. Deze wormen geven alleen diarree bij oudere veulens.


> Wellicht kan onze Paardendrogist behulpzaam zijn <

Behandeling van veulendiarree

Sommige vormen van diarree bij een veulen kunnen heel snel weer over zijn, maar bij sommige bacteriële infecties kan de diarree wekenlang aanhouden. Een veulen wat fit is, geen koorts heeft en goed drinkt hoeft in eerste instantie niet (intensief) behandeld te worden. In veel gevallen herstelt een veulen zelf van de diarree. Het is wel verstandig een dergelijk veulen goed in de gaten te houden op eventuele achteruitgang. Ook als de diarree langer dan een paar dagen duurt, is het verstandig hulp in te schakelen. Het veulen moet attent blijven, voldoende drinken en spelen.

Zodra een veulen minder fit oogt, minder drinkt, koorts heeft óf als de diarree blijft aanhouden, moet hulp ingeschakeld worden. Zeker bij warm weer is een dier snel uitgedroogd. Zeker bij jonge dieren geldt; liever een keer te veel dan een keer te weinig. De behandeling van diarree is heel erg afhankelijk van de oorzaak van de diarree en de ernst van de symptomen. Een behandelplan dient altijd opgesteld te worden in samenspraak met je dierenarts. Deze kan, samen met jou, de best passende behandeling kiezen voor je veulen.

Een behandeling zal in veel gevallen bestaan uit; bestrijden van ziekteverwekkers, bescherming van het lichaam en correctie van vocht en elektrolyten.

Voor meer achtergrond informatie over het ontstaan en de oorzaken van diarree, zie de desbetreffende artikelen in de diergezondheidswijzer.

Bestrijden van ziekteverwekkers tegen diarree bij veulens

Het bestrijden van ziekteverwekkers is niet altijd mogelijk. Als er sprake is van een (vermoedelijke) ziekteverwekker, zal je dierenarts een gerichte therapie instellen. Bijvoorbeeld een wormmiddel als de diarree wordt veroorzaakt door wormen. Er bestaan echter geen middelen om virussen te doden.

Bacteriën worden behandeld met antibiotica. Echter is het zo dat antibiotica een negatief effect hebben op de darmflora van een veulen, het is daarom niet altijd verstandig om ieder veulen met een bacteriële diarree te behandelen met antibiotica. In sommige gevallen is de diarree zo heftig, dat er een keuze gemaakt moet worden tussen de mogelijkheid tot een verstoorde darmflora en de klinische toestand van je veulen.

Bescherming van het lichaam van het veulen

Bij de bescherming van het lichaam moet je denken aan het voorkomen van irritatie van de achterhand. Bijvoorbeeld door die te wassen en in te smeren met vaseline. Bij ernstige of langdurige diarree kan het zinvol zijn om middelen te geven die de darmwand beschermen en vrijgekomen gifstoffen absorberen. Daarnaast is het zo dat veulens die slecht drinken, sneller maagzweren zullen ontwikkelen. Ook hiervoor kan je dierenarts een beschermend middel voorschrijven

Corrigeren van vocht en elektrolyten

Veelal zal het corrigeren van vocht en elektrolyten gebeuren door middel van een infuus. In heel milde gevallen kan dit met een sonde direct in de maag gegeven worden, in veel gevallen is dit echter weinig effectief. Dit vocht moet namelijk door de darmen opgenomen worden en juist in het geval van diarree wordt dit niet altijd even goed gedaan.

In sommige gevallen is het noodzakelijk het veulen op te nemen om op een kliniek verder te behandelen. Dit is geheel afhankelijk van de ernst van de diarree en hoe snel je veulen opknapt.

Tijdens hele ernstige diarree, kan je veulen eiwitten verliezen uit de darm. De belangrijkste eiwitten die je veulen dan verliest zijn de antistoffen. Als dit zo is, dan zal je dierenarts je veulen behandelen met een plasma infuus of een hyperimmuunplasma infuus. Dit zijn infusen die heel erg op elkaar lijken. Ze bevatten beiden zeer veel antistoffen en eiwitten van gezonde paarden. Een hyperimmuunplasma infuus bevat net wat meer antistoffen dan een plasma infuus en is daarmee alleen gereserveerd voor de hele ernstige gevallen van eiwitverlies bij een veulen.

Kan ik diarree bij veulens voorkomen?

Niet altijd zal het mogelijk zijn om veulendiarree te voorkomen, maar je kan de kans wel verkleinen.

Hiervoor is de toestand rondom de geboorte en de biestopname heel erg belangrijk. Zie daarvoor ook het kopje ‘afweer en biest’ in de diergezondheidswijzer. Ten eerste dient ervoor gezorgd te worden dat het veulen in een schone en droge stal geboren wordt. Ten tweede dient er voor goede hygiëne tijdens en na de bevalling gezorgd te worden en ten derde dient de nageboorte door een dierenarts gecontroleerd te worden.

Zorg naast de bovengenoemde maatregelen ook voor; voldoende biestopname, goede ontworming van de drachtige merrie en isolatie van een veulen met diarree van overige veulens en drachtige merries. Als je twijfelt of je veulen wel voldoende biest heeft opgenomen, kan je dierenarts vanaf 18 uur na de geboorte het bloed van je veulen controleren op afweerstoffen. Bij sommige bedrijven speelt een bepaald virus een rol, als dit zo is kan er overwogen worden om drachtige merries te enten. 


> Wellicht kan onze Paardendrogist behulpzaam zijn <