• Gratis verzending vanaf € 29,-
  • Voor 21:00 besteld, vandaag verzonden
  • Gratis retour binnen 90 dagen

Shop nu met 25% korting op bijna ALLES! | Dekens tot 30% korting.

25% korting op bijna ALLES! | Dekens tot 30% korting.

Alvleesklierontsteking (Pancreatitis) bij katten

Pancreatitis is een ontsteking van de alvleesklier. Bij katten zijn de verschijnselen van een pancreatitis net even anders dan bij andere dieren, waardoor de ziekte niet gemakkelijk te herkennen is. Pancreatitis is meestal goed te behandelen en te genezen als je er in een vroeg stadium bij bent. Helaas worden terugvallen met enige regelmaat gezien en die kunnen ervoor zorgen dat de pancreatitis chronisch wordt.

Hoe ontstaat een alvleesklierontsteking bij katten?

De alvleesklier is een plat, dun en lang orgaan. Het ligt naast de dunne darm, vlak achter de maag. De alvleesklier heeft een afvoergang die, samen met de afvoer van de gal, uitkomt in de dunne darm. De alvleesklier bevat twee belangrijke type cellen.

‘Endocriene’ cellen die hormonen produceren, zoals insuline. En ‘exocriene’ cellen die helpen bij de vertering van voedsel. De exocriene cellen produceren verteringsenzymen die onder normale omstandigheden pas actief worden in de dunne darm. In sommige gevallen ontstaat er de situatie dat de enzymen al ín de alvleesklier actief worden. Ze gaan dan de eigen alvleesklier verteren en er ontstaat een alvleesklierontsteking. De vrijgekomen enzymen verteren niet alleen de klier zelf, ook omliggend weefsel wordt aangetast door de enzymen. Er kan een lokale ontsteking ontstaan waarbij niet alleen de alvleesklier, maar ook de maag, dunne darm, lever en het buikvlies ontstoken raken.

Wat kan de oorzaak zijn van alvleesklierontsteking bij katten?

Het eten van te veel vet kan leiden tot een pancreatitis. Ook vetzucht, leverziektes, een buikoperatie, verwondingen aan de buik (bijvoorbeeld na een val uit een boom of na een aanrijding), tumoren of sommige medicijnen kunnen leiden tot een pancreatitis. Bij katten is de oorzaak veelal onbekend en ontstaat een pancreatitis vaak ‘spontaan’.

Hoe kan ik alvleesklierontsteking bij mijn kat herkennen?

De meest voorkomende verschijnselen van pancreatitis zijn; verlies van eetlust, sloomheid en koorts. Bij katten komt een pijnlijke buik zelden voor, soms braakt een kat met een pancreatitis. Katten voelen zich vaak slecht en willen minder goed eten. Een pancreatitis is niet altijd gemakkelijk te herkennen, de symptomen kunnen ook erg lijken op andere aandoeningen, zoals virusinfecties. Enkele jaren geleden was pancreatitis een probleem wat niet vaak herkend werd, gelukkig is het tegenwoordig gemakkelijker om de diagnose te stellen, waardoor een pancreatitis veel sneller herkend kan worden.

De diagnose is te stellen door middel van een bloedonderzoek, hoewel een hoge uitslag in de test niet altijd bewijzend is voor een pancreatitis. In veel gevallen dient een dergelijke test aangevuld te worden met een echo. Veel dierenartsen kunnen deze testen inmiddels in de eigen praktijk uitvoeren, waardoor een diagnose sneller te stellen is en er eerder een goede behandeling ingesteld kan worden.

Wat is de behandeling tegen alvleesklierontsteking bij katten?

Alvleesklierontsteking wordt niet veroorzaakt door een virus of bacterie. het is daarom erg lastig te behandelen. De behandeling van een pancreatitis is vooral ondersteunend. De kat zal vocht, pijnstilling en dwangvoer moeten krijgen. Vaak worden er ook medicijnen tegen misselijkheid en eetlustopwekkers gegeven zodat de kat niet nog verder verslechterd. In veel gevallen is het nodig om de kat op te laten nemen door de dierenarts. Op die manier kan de kat zo snel mogelijk herstellen.

Tijdens een opname is het mogelijk om vocht rechtstreeks in de bloedbaan te brengen, wat veel sneller effect geeft. Als de kat niet wil eten kan de dierenarts overwegen om een sonde te plaatsen. Dit kan een buisje via de neus zijn (neussonde), wat vaak enkele dagen kan blijven zitten. Hiermee kan de kat ook gewoon eten mocht hij/zij daar zin in hebben.
Sommige katten worden heel somber van een neussonde. Ook ruiken is moeilijker met een neussonde, waardoor sommige katten alsnog niet willen eten. Het voordeel is dat een neussonde geplaatst kan worden als de kat wakker is.

Een andere optie is om de sonde in de slokdarm aan te brengen (slokdarmsonde). De sonde komt dan niet via de neus, maar via de nek naar buiten. Deze sonde kan veel langer blijven zitten (en blijft over het algemeen ook beter zitten). Om een slokdarmsonde te plaatsen, moet de kat vaak onder narcose gebracht worden. Bij katten die ziek zijn, is dit niet niet altijd verstandig.
Katten met een slokdarmsonde mogen vaak thuis behandeld worden, terwijl katten met een neussonde altijd op de kliniek opgenomen moeten worden.


> Wellicht kan onze Kattendrogist behulpzaam zijn <